Verplichte AOV voor ZZP'ers, gedoemd tot mislukken?

Blog van SmartSharing, januari 2021

Het onderwerp van de verplichte AOV voor zelfstandigen is buiten het zicht geraakt, maar de verkiezingen komen eraan. Het standpunt van de zelfstandigen zelf behoeft weer aandacht, want dat is niet terug te vinden bij de programma’s van de traditionele politieke partijen.

 

 Hoe is het voorstel voor een verplichte AOV er gekomen?

In het gesloten pensioenakkoord tussen werkgevers en vakbonden is een verplichte AOV opgenomen voor zelfstandig ondernemers of zelfstandigen zonder personeel (zzp), in te gaan in 2024. Het was een compromis ten koste van de ontbrekende, niet georganiseerde derde partij. Een treffende illustratie van de polder die niet in staat is van binnenuit structuurveranderingen in de arbeidsmarkt te bedenken en door te voeren en daarbij dan buitenstaanders niet-werkende oplossingen oplegt.

De werknemers zijn de insiders die worden beschermd en zzp’ers de outsiders die aan de wet worden gehouden maar er niet door worden beschermd.

 Op basis van het pensioenakkoord is door de minister van SZW in september 2019 aan de Stichting van de Arbeid (StvdA) gevraagd om vorm te geven aan de verplichte AOV. Die heeft een poging gewaagd maar wist de gordiaanse knoop niet te ontrafelen, maar dat was geen verrassing.

 

 Onder de verzamelnaam flexibele arbeid worden o.a. zelfbewuste zzp’ers, ontslagen medewerkers die gedwongen zelfstandig zijn geworden, nuluren, tijdelijke en payroll contracten, maaltijd- en pakketpostbezorgers, kunstenaars, IT consultants, hobbybijbanen, horecastudenten, lobbyisten en freelancers verstaan. Een bonte verzameling waar vanuit een centralistische perspectief moeilijk grip op te krijgen is.

 

Alle problemen van de huidige arbeidsmarkt worden aangehaald door de polderaars: misbruik en dumpen van de ‘onderlaag’ in gedwongen zelfstandigheid, valse concurrentie voor brave werknemers van de onverzekerde zelfstandige zonder pensioen, afwenteling van kosten van arbeidsongeschikten en pensioenlozen op de bijstand en maatschappij, aansprakelijkheid van werkgevers bij schijnzelfstandigheid, fiscale bevoorrechting van zelfstandigen t.o.v. de vaste baners, die worden ten slotte niet gepamperd.

Natuurlijk zijn er problemen op de arbeidsmarkt die innovatief opgelost moeten worden, maar kijk dan vooral goed naar dieperliggende oorzaken, onderken de heterogeniteit en de vraag om autonomie en voorkom de sociaal conservatieve reflex naar de jaren 50. We missen het geluid van zelfstandige werkende in de visie van de commissie Borstlap (januari 2020).

 Autonomie van werken, eigen verantwoordelijkheid nemen, zelf zaakjes regelen of gewoon het vak of beroep uit willen oefenen zonder gedoe van stroperige interne overleggen en weekenddiensten, ruimte om iets te ondernemen omdat het beter kan, afwisseling van werkverbanden. Meer autonomie bindt de modern werkenden ongeacht de contractvorm.

 

Voor veel zzp’ers is het de dominante drijfveer om voor zelfstandigheid te kiezen en niet zozeer het geld. De afgunstige blik van anderen op het tarief is een kwestie van bijziendheid. Het tarief is hoger dan een uurloon, omdat er ook andere perioden zijn dat er niet betaald wordt: tussen opdrachten in, bij ziekte of opleiding of vakantiedagen en vakantiegeld. De bouwvakker die nu goed verdient, herinnert zich nog hoe zeker zijn vaste baan was toen hij 5 jaar geleden ontslagen werd.

Het ideaal van ‘een vast contract’ wordt door grote groepen niet gedeeld. De modern werkende wil zelf zijn keuzen maken en zijn opgebouwde zekerheden meenemen van klus naar klus en van opdracht naar baan en vice versa. Een eigen persoonlijk wallet van inkomen, pensioen en risico’s met zich mee.

 Laten we eens inzoomen op de verplichte AOV. Wat houdt het eerste voorstel van de StvdA in?

De StvdA heeft gezocht naar een balans tussen de diversiteit van de zelfstandigenpopulatie en een homogene regeling die bijna hetzelfde is als de bestaande WIA, de werknemersverzekering voor arbeidsongeschiktheid. Het voert tekort om in kort bestek alle gemaakte afwegingen te vermelden (lees hiervoor het rapport “ Keuze voor zekerheid: Zelfstandigen standaard verzekerd tegen langdurig inkomensverlies door arbeidsongeschiktheid”, maart 2020).

De voorgestelde regeling houdt dat een zelfstandige zich standaard verzekert voor een uitkering van 70% van het laatstverdiende inkomen tot aan de grens van bruto circa € 30.000 per jaar (dit is 143% van het wettelijk minimumloon). De uitkering is dan maximaal € 1.650 bruto per maand, gelijk aan het wettelijk minimumloon. De premie is geschat op 8% van het inkomen en is aftrekbaar. De premie komt neer op € 140 tot 205 bruto per maand. Uit de premie worden ook de arboartsen betaald.

De wachttijd is 52 weken met aanpassing naar 26 of 104 weken. De verzekering loopt tot het bereiken van de AOW-leeftijd. De beoordeling gebeurt aan de hand van dezelfde criteria als de WIA door een verzekeringsarts: dit betekent dat gekeken of de zelfstandige gangbare arbeid kan verrichten en dat onder 35% AO niets uitgekeerd wordt. De premie wordt bepaald achteraf op basis van het verdiende inkomen.

Er is een keuze naast de verplichte publiek verzekering een particuliere verzekering of een schenkkring te nemen. Dat kan zowel gedurende de wachttijd als aanvullend op de publieke verzekering. Een zelfstandige met een lopende AO verzekering hoeft geen verplichte verzekering aan te gaan, mits die voldoet is aan bepaalde eisen.

 Er is aan de uitvoeringsorganisaties UWV en Belastingdienst een advies gevraagd of de regeling uit te voeren is. Uit de adviezen blijkt dat het voorstel alleen uitvoerbaar is als het ontdaan wordt van de keuzevrijheid die enigszins aan de gewenste diversiteit tegemoet kwam. Wachttijd variatie is ongewenst omdat het leidt tot premieverhoging, de opt-out wordt afgeraden, niet iedereen mag meedoen (ZMP’s, DGA’s), geen re-integratie mogelijk gedurende de wachttijd, eenmalige keuze voor wachttijd, strenge keuring en gangbare arbeid. Dit laatste betekent dat je geacht wordt nog een inkomen te verdienen met gangbaar werk dat in veel gevallen veel minder betaalt en voor dat deel krijg je dan geen uitkering. Dat heet restverdiencapaciteit.

 

Zo beschouwd blijkt de verplichte AOV een uitgeklede minimumversie van de werknemersverzekering.

 

De private verzekeraars wachten rustig af en bieden alleen voor hen winstgevende aanvullende verzekeringen, waardoor mensen met een medische historie zich niet verzekeren kunnen tegen een redelijke premie en solidariteit buiten zicht blijft.

Wat betekent dit voor
de zzp’er?
Een nu niet verzekerde zelfstandige is na 2024 alsnog
verzekerd voor korte en langdurige AO.
Bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid < 35% AO wordt geen
uitkering betaald.

 

Voor een beter verdienende zelfstandige is de inkomensval
naar een minimumloon groot.

Voor een kleinverdienende zelfstandige komt de uitkering al
gauw onder het minimumloon uit en is de premie nog steeds voor hen onbetaalbaar.
Bij het voorgestelde systeem zal de “onderkant” van de
ZZP-arbeidsmarkt wel premie betalen, bij ziekte ongeschikt zijn om hun eigen
werk uit te voeren, maar geen uitkering krijgen omdat ze volgens gangbare
arbeid nog zouden kunnen verdienen.

Dan wordt de bijstand financieel aantrekkelijker.

De premie is fors en staat vooraf niet vast en moet achteraf
berekend worden door de Belastingdienst op basis van het inkomen. Voor dezelfde
bruto uitkering betaalt de ene zzp’er meer dan de andere zzp’er.

Is er een alternatief?

Ja, ‘schenkkringen’ hebben bewezen succesvol en langdurig te functioneren als vangnetten voor alle zelfstandigen met veel meer individuele keuzen. Er is al de afgelopen 10 jaar een grote diversiteit ontstaan. Schenkkringenzijn al vanaf 50 personen levensvatbaar en sommige schenkkring concepten zijnschaalbaar tot grote aantallen deelnemers. Schenkkringen kunnen prima gebruikt worden als voorloper of aanvulling op een AOV. Het is terug naar de oorsprong
van verzekeren; het elkaar verstrekken van een onderling geregelde waarborg, door gezamenlijk te sparen.

De meeste zelfstandigen willen zelf een keuze maken, waar het gaat om leeftijd als ondernemer, het te ontvangen inkomen bij ziekte, het wijzigen daarvan, wachttijden, inleg en spaarbedragen etc.
Er zijn schenkkringen die gelet op hun doelgroep het aantal keuzen inperken en controle elementen inbouwen, maar ook schenkkringen waar dat niet het geval is. In een schenkkring bestaat een rechtevenredig verband tussen het bedrag dat een zzp’er bij ziekte ontvangt en de bijdrage die deze zzp’er schenkt aan een andere zieke zelfstandige. Iemand die meer verdient en € 2.000 wenst te ontvangen in geval van AO, betaalt twee keer meer dan iemand met € 1.000. De drempel voor mensen met een klein inkomen is laag, zodat zij ook voorinkomensverlies door ziekte gedekt kunnen worden.              
De overheadskosten zijn dankzij IT en internet heel laag. De nzet van een arbo arts en criteria zijn facultatief maar zijn niet perse noodzakelijk.

Er hoeven geen publieke middelen aangewend te worden voor de organisatie, want ondernemers betalen zelf de kosten (van minder € 10 tot 30 p.m.). Deze kosten zijn vooraf inzichtelijk en vast. De ervaringscijfers m.b.t. het ziektepercentage onder ondernemers is laag < 1,5% en daarmee zijn de uitgaven aan schenkingen ook laag. Voor een dekking van € 1.000 moet dan rekening gehouden met een gemiddelde uitgaven van € 15-45 per maand, afhankelijk van het gehanteerd risicopercentage.

 

 De financiële houdbaarheid van een schenkkring is groot, zelfs in geval van bovenmatig veel zieken. Er zijn verschillende mechanismen, afhankelijk van de opzet van de schenkkring, om de extra uitgaven te borgen. Er is zekerheid dat de schenkingen aan de deelnemers betaald worden.
Het beheerde geld van een deelnemer blijft – bij een veilige schenkkring – gegarandeerd eigendom van de deelnemer. De nalevering dient door DNB afgedwongen te worden. Als er geen zieken zijn, wordt er geen geld geschonken en blijft het geld onaangeroerd. Bij een AOV worden de premiekosten altijd betaald, zieken of geen zieken. 
Blijvende of langdurige AO kan bekostigd worden uit een minimale extra inleg of een nationale volksverzekering voor alle werkenden.
Vorm de verplichte AOV om tot het alleen afdekken van het risico op blijvende AO.

 

Samenvattende conclusie:

Het concept van de schenkkring biedt veel meer keuzevrijheid dan het keurslijf van de verplichte AOV zonder dat de uitvoering complex wordt. Daardoor blijven de kosten laag en kunnen alle soorten en maten zelfstandigen en freelancers meedoen. De vragen die voorliggen zijn: 

  • waarom wordt in de komende 3 jaar het schenkkringconcept niet verder beproefd en waarom kan dit voorstel niet op het bureau van de  minister belanden?
  • Waarom geen opt out voor een veilige schenkkring?
  • Kan de Werkvereniging onze stem door laten klinken in de Tweede Kamer?

Bronnen:
Rapport: Keuze voor
zekerheid: Zelfstandigen standaard verzekerd tegen langdurig inkomensverliesdoor arbeidsongeschiktheid, Stichting van de Arbeid, maart 2020

Brief UWV aan minister SZW: Reactie UWV op advies Stichting van de Arbeid ‘Keuze voor zekerheid’, 30 maart 2020

Brief minister SZW aan Tweede Kamer: Uitwerking pensioenakkoord, hoofdstuk 7.
Arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen, 6 juli 2020